Hoofdstuk 28
Het ongedaan maken van angst
V. Het Alternatief voor angstdromen
1. Wat is een gevoel van ziekte anders dan een gevoel van beperking? Van afsplitsing en van afscheiding? Een kloof die tussen jou en je broeder wordt waargenomen, en nu als gezondheid wordt gezien? En zo wordt het goede vanbuiten gezien, en het kwade vanbinnen. En zodoende zondert ziekte het zelf af van het goede, en houdt het kwade binnen. God is het Alternatief voor angstdromen. Wie ze deelt, kan nooit in Hem delen. Maar wie zijn denkgeest aan het delen daarvan onttrekt, deelt daadwerkelijk in Hem. Er is geen andere keuze. Als jij er niet in deelt, is er niets wat kan bestaan. En jij bestaat, omdat God Zijn Wil met jou heeft gedeeld, opdat Zijn schepping zou kunnen scheppen.
Voelen we ons, als we ziek zijn, inderdaad niet zoals Jezus het hier beschrijft: alleen in een hoekje, afgesplitst van verbondenheid en heelheid, terwijl al het goede buiten onszelf lijkt te liggen? Maar Jezus vertelt ons ook dat dit gevoel niet het gevolg is van de ziekte — het is de oorzaak ervan. Ziekte heeft te maken met een diepgeworteld geloof dat het goede (liefde) buiten ons ligt en het kwade (zonde en schuld) binnenin. Daarom is het zo belangrijk om niet te delen in de droom van ziekte van anderen — dat wil zeggen: hen niet zien zoals ze zichzelf zien — maar in plaats daarvan te delen in de Wil van God. Want Hij wil dat wij bestaan om te scheppen zoals Hij.
(Toelichtingen door Robert Perry)
2. Juist door de kwade dromen van haat en kwaadaardigheid, bitterheid en dood, van zonde en lijden, en van pijn en verlies te delen, worden ze tot werkelijkheid gemaakt. Worden ze niet gedeeld, dan worden ze als betekenisloos gezien. De angst is uit ze geweken, omdat jij ze jouw steun niet meer geeft. Waar angst verdwenen is, daar moet wel liefde komen, want dit zijn de enige alternatieven. Waar de een verschijnt, verdwijnt de ander. En degene die je deelt wordt de enige die je hebt. Je hebt degene die je aanvaardt, want dat is de enige die je wenst.
Toepassing : Denk aan iemand die ziek is, en zeg in gedachten het volgende tegen hem of haar:
Jouw ziekte lijkt je af te splitsen van gezondheid en heelheid.
Ze is het gevolg van een diepgeworteld geloof dat al het goede buiten je ligt.
Als ik dit geloof met je deel, maak ik het werkelijk.
Daarom zal ik het niet met je delen, zodat je kunt zien dat het betekenisloos is.
Ik wil alleen delen in de werkelijkheid van liefde, niet in de droom van angst.
Ik zie jou voor altijd als één met goedheid.
(Toelichtingen door Robert Perry)
3. Je deelt geen kwade dromen als je de dromer vergeeft, en ziet dat hij niet de droom is die hij heeft gemaakt. En zo kan hij geen deel zijn van die van jou, waar jullie beiden vrij van zijn. Vergeving scheidt de dromer van de kwade droom, en bevrijdt hem aldus. Onthoud dat wanneer jij een kwade droom deelt, je zult geloven dat jij de droom bent die je deelt. En doordat je daar bang voor bent, zul jij je eigen Identiteit niet willen kennen, omdat je denkt dat Die beangstigend is. En je zult je Zelf verloochenen, en vreemde grond bewandelen die jouw Schepper niet heeft gemaakt, en waar je iets lijkt te zijn wat jij niet bent. Je zult oorlogvoeren tegen je Zelf, dat jouw vijand schijnt te zijn; en je zult je broeder aanvallen, als deel van wat jij haat. Er is geen compromis. Jij bent je Zelf, of een illusie. Wat kan er tussen illusie en de waarheid zijn? Een tussengebied, waar je iets kunt zijn wat jij niet bent, moet wel een droom en kan niet de waarheid zijn.
Jezus spoort ons steeds weer aan om de egodroom van de wereld niet met onze broeder te delen; om hem niet te zien als de droom, maar als de dromer van de droom. Dat is vergeving, en 'vergeving scheidt de dromer van de kwade droom, en bevrijdt hem aldus'. Wanneer we de dromer verwarren met de droom, geven we de droom de macht om te bepalen wie we zijn: de angstige en kwade droom zélf in plaats van de dromer. En als we geloven dat we iets beangstigends en slechts zijn, willen we onze identiteit niet kennen. In plaats daarvan voeren we er oorlog tegen — én tegen onze broeders die er deel van zijn. We denken op een plaats te zijn die God niet geschapen heeft (de planeet aarde) en waar we iemand anders lijken te zijn dan we zijn: het Zelf, de Zoon van God. 'Er is geen compromis', zegt Jezus, 'Jij bent je Zelf, of een illusie'.
Toepassing : Denk aan iemand die je ziet als ernstig ziek, lichamelijk of psychisch.
Kun je zien dat je, omdat je deze persoon ziet als één met zijn of haar ziekte, jezelf ziet als één met de jouwe — jouw ziekte, jouw problemen en jouw onjuiste overtuigingen?
Realiseer je dat je 'een vreemde grond bewandelt die jouw Schepper niet heeft gemaakt' en waar je niet Zijn Zoon lijkt te zijn.
(Toelichtingen door Robert Perry)
4. Jij hebt je een smalle kloof tussen illusies en de waarheid als plaats gedacht waar heel je veiligheid ligt, en waar jouw Zelf veilig is weggeborgen door wat jij hebt gemaakt. Hier is een wereld opgebouwd die ziek is, en het is deze wereld die de ogen van het lichaam waarnemen. Hier zijn de geluiden die het hoort, de stemmen die zijn oren bestemd zijn te horen. Maar de beelden en geluiden die het lichaam kan waarnemen hebben geen betekenis. Het kan zien noch horen. Het weet niet wat zien is, en waartoe luisteren dient. Het is even weinig in staat waar te nemen als het kan oordelen, begrijpen of weten. Zijn ogen zijn blind, zijn oren doof. Het kan niet denken, en kan dus geen gevolgen hebben.
Het ego vertelt ons dat de smalle kloof tussen ons en onze broeders ons beschermt, omdat de wereld die daaruit is ontstaan de Godsherinnering onmogelijk maakt. Maar Jezus laat er geen enkele twijfel over bestaan dat wat onze zintuigen waarnemen geen enkele betekenis heeft, omdat de wereld en het lichaam een illusie zijn.
(Toelichtingen door Robert Perry)
5. Wat heeft God geschapen om ziek te zijn? En wat dat Hij niet geschapen heeft kan bestaan? Laat je ogen niet een droom aanschouwen, of je oren van een illusie getuigen. Ze werden gemaakt om een wereld te zien die er niet is, en om de stemmen te horen die geen geluid kunnen maken. Maar er zijn andere geluiden en andere beelden, die wel kunnen worden gezien en gehoord en begrepen. Want ogen en oren zijn zintuigen zonder zin, die alleen melden wat ze horen en zien. Niet zij zijn het die horen en zien, maar jij, die ieder grillig brokstuk, elk zinloos splintertje en flintertje bewijs samenvoegt, om er een getuige van te maken voor de wereld die jij wilt. Laat de oren en de ogen van het lichaam niet deze talloze fragmenten waarnemen in de kloof die jij je hebt ingebeeld, en hun maker ervan overtuigen dat zijn inbeeldingen werkelijk zijn.
De wereld die we hebben opgebouwd is een wereld van ziekte. Alles en iedereen is tot op zekere hoogte ziek. Alles draait om het bestrijden van binnendringende ziektekiemen en schadelijke invloeden, en het gevecht tegen de onverbiddelijke loop van de tijd. Hoe zou God een dergelijke wereld geschapen kunnen hebben? En als Hij haar niet geschapen heeft, hoe kan ze er dan zijn? Met andere woorden: we moeten de getuigenissen van onze ogen en oren niet langer beschouwen als bewijs van de werkelijkheid.
Toepassing : Lees deze alinea nogmaals, maar nu in de eerste persoon. Doe dit langzaam en zorgvuldig en beschouw de woorden als waar.
Ik laat mijn ogen niet een droom aanschouwen,
of mijn oren van een illusie getuigen.
Mijn ogen en oren werden gemaakt om een wereld te zien die er niet is,
en om stemmen te horen die geen geluid kunnen maken.
Maar er zijn andere geluiden en andere beelden,
die wél kunnen worden gezien en gehoord en begrepen.
Want de ogen en oren van mijn lichaam zijn zintuigen zonder zin,
die alleen melden wat ze horen en zien.
Maar niet zij zijn het die horen en zien, maar ik,
die ieder grillig brokstuk, elk zinloos splintertje en flintertje bewijs samenvoegt,
om er een getuige van te maken voor de wereld die ik wil.
Ik laat de oren en de ogen van mijn lichaam niet deze talloze fragmenten waarnemen in de kloof die ik mij heb ingebeeld,
en mij ervan overtuigen dat mijn inbeeldingen werkelijk zijn.
(Toelichtingen door Robert Perry)
6. De schepping bewijst de werkelijkheid omdat ze de functie deelt die heel de schepping deelt. Ze is niet gemaakt van kleine stukjes glas, een blokje hout, een paar draden, misschien, die allemaal worden samengevoegd om van haar waarheid te getuigen. Hierop berust de werkelijkheid niet. Er is geen kloof die de waarheid van dromen en illusies scheidt. De waarheid heeft op geen enkele plaats of tijd ruimte voor ze gelaten. 6 Want zij vult elke plaats en elk tijdstip, en maakt die volkomen ondeelbaar.
Wij scannen voortdurend onze omgeving in een poging elke situatie te overzien. Aan de oppervlakte doen we dit om te begrijpen wat er gaande is, maar op een dieper niveau doen we het om onszelf ervan te overtuigen dat er werkelijk iets gaande is, dat de wereld zelf werkelijk is. Maar de waarheid is niet afhankelijk van het samenvoegen van 'ieder grillig brokstuk, elk zinloos splintertje en flintertje bewijs' (T28.V.5:7). De waarheid heeft elke plaats en tijd gevuld met zichzelf, en van alle plaatsen één plaats en van alle tijden één moment gemaakt. Ze heeft geen ruimte gelaten voor een kloof. De kloof die ons scheidt van onze broeders is er dus niet.
(Toelichtingen door Robert Perry)
7. Jij die gelooft dat er een smalle kloof is tussen jou en je broeder, ziet niet dat jullie hier juist als gevangenen zijn in een wereld die wordt waargenomen alsof die hier bestaat. De wereld die jij ziet bestaat niet, omdat de plaats waar je die waarneemt, niet werkelijk is. De kloof is zorgvuldig in nevelen verhuld, en wazige beelden doemen op om hem te overdekken met vage, onduidelijke vormen en veranderende schimmen, voor eeuwig zonder substantie en ongewis. Toch is er niets in de kloof. En er zijn geen ontzagwekkende geheimen of donkere graven waar verschrikking opstijgt uit de knoken van de dood. Kijk naar de smalle kloof, en je aanschouwt de onschuld en de afwezigheid van zonde die jij in jezelf zult zien, wanneer je de angst om liefde te herkennen bent kwijtgeraakt.
Alles wat we denken te zien zijn slechts bewegende fantasiebeelden zonder substantie, die we hebben geprojecteerd op een 'zorgvuldig in nevelen verhulde plaats'. We geloven dat deze nevelen iets verbergen dat duister en slecht is; een donker graf waaruit 'verschrikking opstijgt uit de knoken van de dood'. Maar als we samen met Jezus naar de kloof kijken, zullen we zien dat ze volledig vrij is van duisternis en zonde. En deze afwezigheid van zonde zullen we in onszelf zien 'wanneer je de angst om liefde te herkennen bent kwijtgeraakt'. We zijn bang voor liefde omdat we in haar aanwezigheid niet bestaan als een afgescheiden zelf. Daarom hebben we liefde vervangen door speciaalheid. Maar 'wat als je naar binnen keek en geen zonde zag?' (T21.IV.3:1).
(Toelichtingen door Robert Perry)